Wettelijke verdeling

Volgens het huidige versterferfrecht wordt de langstlevende echtgenoot eigenaar van de gehele nalatenschap. De kinderen krijgen hun erfdeel niet in handen. Hun erfdeel wordt omgerekend in een geldbedrag. Zij krijgen daarvoor een geldvordering op de langstlevende echtgenoot. Op deze manier kan de langstlevende echtgenoot vrij beschikken over het hele vermogen en ongestoord verder leven. Dit noemt men de wettelijke verdeling.

De kinderen kunnen hun geldvordering pas opeisen bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot of bij diens faillissement/schuldsanering. Over de vordering wordt een rentepercentage vergoed ter correctie van de inflatie.
Het is belangrijk bij de wettelijke verdeling om de vordering van de kinderen goed te berekenen en vast te leggen. Wij kunnen u hierbij behulpzaam zijn.

Een erflater kan in een testament de wettelijke verdeling opzij zetten of aanpassen. Je kunt bijvoorbeeld het rentepercentage van de vordering verhogen, de vordering opeisbaar maken bij hertrouwen van de echtgenoot of een kind onterven.

Vaak bestaat de behoefte als één of beide echtgenoten kinderen uit een eerdere relatie hebben, alle kinderen hetzelfde te behandelen. De wet biedt die mogelijkheid. Je kunt in een testament ook je stiefkinderen tot erfgenaam benoemen en de wettelijke verdeling van toepassing verklaren. Op die manier worden de stiefkinderen en de eigen kinderen gelijk behandeld.

Als de langstlevende echtgenoot de wettelijke verdeling niet wil, dan kan hij de verdeling ongedaan maken. Dit moet wel binnen drie maanden na het overlijden worden vastgelegd in een notariële akte.

  Op de hoogte
     van de laatste
ontwikkelingen

wijts ten brink 4