Samenlevingsovereenkomst

Samenwonenden worden door de wetgever met minder zorg omringd dan degenen die op grond van een huwelijk of geregistreerd partnerschap samenleven. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat je door te gaan samenleven in beginsel geen recht krijgt op het inkomen of het vermogen van de ander. In het samenlevingscontract kan dit anders worden geregeld. Denk daarbij aan de hieronder genoemde onderwerpen.

Kosten van huishouding
Doorgaans wordt in een samenlevingscontract overeengekomen dat partijen de kosten van de huishouding voor hun rekening nemen naar evenredigheid van hun netto-inkomsten (uit arbeid). Als inkomsten wordt doorgaans ook beschouwd wat daarvoor in de plaats treedt, zoals studietoelagen, sociale uitkeringen en pensioen.

Het verdient vaak aanbeveling te omschrijven wat zoal onder de kosten van de huishouding wordt begrepen. Rente (betreffende de woninghypotheek) en huur vallen daar zeker onder. Maar ook autokosten, onroerende zaakbelasting en kosten van kinderopvang kunnen daaronder worden begrepen. Het is vaak ook verstandig om te omschrijven wat onder inkomen wordt verstaan.

En / of rekening
Het aanhouden van een zogenaamde 'en/of-rekening' is praktisch. Ten laste daarvan kunnen de kosten van de huishouding worden betaald. Het tegoed op een en/of-rekening behoort in beginsel niet aan ieder van de partners voor de helft toe. Met 'en/of' wordt slechts aangeduid dat de partners zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk over het tegoed kunnen beschikken. Het tegoed komt toe aan degene die het op de rekening heeft gestort of heeft laten storten. Heeft men afgesproken dat hetgeen van de inkomens wordt gespaard bij helfte wordt verdeeld, dan behoort het saldo aan ieder voor de helft.

Inboedel
Bij het einde van de samenwoning en met het oog op schuldeisers, is het van belang om vast te stellen wat van wie is. Bij een koelkast, magnetron of CD-speler is dat soms moeilijk. In beginsel is de eigenaar degene aan wie het goed is geleverd. Gewoonlijk is dit degene die het goed heeft betaald. Als niet duidelijk is wie eigenaar is, lijkt het redelijk om ieder voor de helft als eigenaar te beschouwen. Een en ander maakt duidelijk dat enige administratie gewenst is, als men bijvoorbeeld bij 'scheiding' geen problemen wenst. Rekeningen en bankafschriften kunnen dan later goede diensten bewijzen. Aan het samenlevingscontract kunnen lijsten worden gehecht waarop gespecificeerd is vermeld wat door ieder van beiden of gezamenlijk is aangebracht. Deze lijsten hebben een grote bewijskracht. Het is verstandig om daarnaast af te spreken wat geldt voor goederen waarvan dat niet kan worden vastgesteld wie dan de eigenaar is.

Huurwoning
Het enkele feit dat men met iemand gaat samenwonen, levert geen woonrecht op. In het samenlevingscontract kunnen over het samenwonen afspraken worden gemaakt. Een verhuurder is daaraan uiteraard niet gebonden. Een partner heeft na twee jaar de mogelijkheid om medehuurder te worden van de woning die de ander huurt. De woning moet dan beiden tot hoofdverblijf dienen. Als een woning wordt gehuurd, dan zal het de voorkeur verdienen dat de partners vanaf de dag dat ze gaan samenwonen samen als huurders optreden.

Eigen woning
Ingeval wordt samengewoond in een huis dat in eigendom toebehoort aan één van beiden, komt de niet-eigenaar in een afhankelijke positie. Eindigt de relatie dan zal hij het pand met moeten verlaten. In het samenlevingscontract kan in dat geval voor een bepaalde periode een voortgezet gebruiksrecht worden toegekend. Ook worden vaak afspraken gemaakt over de verhuis- en inrichtingskosten.

Overdracht van de helft van de woning aan de ander stuit meestal af op de kosten. Zo is onder andere zes procent overdrachtsbelasting verschuldigd over de waarde van hetgeen wordt overgedragen.

Om bedoelde afhankelijkheid te voorkomen wordt in een samenlevingscontract vaak afgesproken dat in geval van (toekomstige) aankoop van een huis, dit op naam van beiden zal worden gezet. Het verdient dan wel aanbeveling goed vast te leggen op welke wijze de financiering geschiedt en wat de gevolgen daarvan zijn bij scheiding.

Overlijdensrisicoverzekering
Een uitkering op grond van een overlijdensrisicoverzekering wordt met successierecht belast indien voor de verkrijging 'iets' aan het vermogen van de overledene is onttrokken, zoals premies. Om te voorkomen dat successierecht betaald wordt dient er op te worden gelet:

1. dat de premies verschuldigd zijn door een ander dan de verzekerde (de overledene), en
2. dat het samenlevingscontract zodanig is ingericht dat premies niet indirect toch geheel of ten dele voor rekening komen van de verzekerde (bijv. via een verrekenbeding of de kosten van de huishouding).

Het voorgaande houdt tevens in dat het bij de 'spaarhypotheek' nodig is de premie te splitsen in een spaarpremie en een risicopremie. De (kandidaat-)notaris kan u ook over dit moeilijke onderwerp nadere informatie verschaffen.

Verblijvingsbeding
Elders op de site werd al het een en ander opgemerkt over erfrecht en successierecht. Zoals bleek, lopen partijen doorgaans in de eerste vijf jaar van hun samenwoning het risico (ten dele) in het hoogste tarief van het successierecht terecht te komen. Dat kan worden voorkomen door af te spreken dat gemeenschappelijke goederen (bijv. huis en inboedel) bij overlijden van een van beiden voor het geheel, zonder vergoeding, toevallen aan de langstlevende. Over deze verkrijging is dan geen successierecht verschuldigd. Men noemt een dergelijke regeling een 'verblijvingsbeding'. Als partijen langer dan vijf jaar samenwonen moet wel successierecht worden betaald over wat op grond van een verblijvingsbeding wordt verkregen.

Geschillenregeling
Een contract kan niet alles regelen. Over de uitleg van bepalingen kunnen de meningen verschillen. Vandaar dat we in het samenlevingscontract een regeling voorstellen op welke wijze geschillen zullen worden opgelost.

Einde contract
Partijen kunnen van mening verschillen over de vraag of de relatie, en daarmee het contract, geëindigd is. Vandaar dat het zinvol kan zijn in het samenlevingscontract te regelen wanneer de relatie als beëindigdis. Hetgeen partijen gemeenschappelijk in eigendom hebben, zullen zij dan willen verdelen. Daarover zal overeenstemming moeten worden bereikt.

In het samenlevingscontract kan een aantal zaken bij voorbaat worden geregeld. Zo kan worden vastgelegd wie in geval van scheiding in het huis mag blijven wonen. Bepaald kan worden dat degene die de bewoning voortzet aan de ander een bedrag zal betalen voor verhuiskosten en kosten van herinrichting. Ook kan worden overeengekomen dat de een gedurende een bepaalde periode aan de ander een bedrag voor zijn levensonderhoud betaalt.

Indien de woning gemeenschappelijk eigendom iszal bij toedeling aan de een, ook over de lening een nadere regeling getroffen moeten worden. Medewerking van de bank is daarvoor nodig. Voor de verdeling van een huis is een notariële akte nodig.

Checklist samenlevingscontract
De (kandidaat-)notaris is de deskundige bij uitstek op het gebied van samenlevingscontracten. Een notariële akte is weliswaar niet dwingend voorgeschreven maar uit een oogpunt van rechtszekerheid en bewijslevering vaak onmisbaar. Ook voor de toekenning van een partnerpensioen is meestal een notarieel samenlevingscontract vereist. Alvorens de (kandidaat-)notaris een ontwerp van het contract maakt, zal hij ondermeer de volgende vragen stellen:

• In hoeverre willen partijen hun inkomsten delen?
• In welke verhouding nemen partijen de kosten van de huishouding voor hun rekening?
• Wat behoort tot de kosten van de huishouding?
• Dient de gezamenlijk bewoonde woning ook gemeenschappelijk eigendom te zijn?
• Wat is het gevolg van het feit dat de ene partner (mogelijk) meer uit eigen middelen aan de financiering van de woning bijdraagt dan de ander?
• Hoe wordt de positie versterkt van degene die intrekt bij iemand die enig eigenaar is van de woning?
• Dienen voor gezamenlijke rekening aangeschafte inboedelgoederen en (andere) huishoudelijke spullen gemeenschappelijk eigendom te zijn?
• Hoe moet worden aangetoond dat bepaalde zaken niet gemeenschappelijk zijn?
• Zullen partijen bij voorkeur gezamenlijk als huurder van de gemeenschappelijke woning optreden?
• Melden partijen elkaar (zo mogelijk) aan als begunstigde voor het partnerpensioen?
• Op welke wijze zijn overlijdensrisicoverzekeringen formeel geregeld? Is bij de zogenaamde spaarhypotheek een splitsing aangebracht tussen de spaarpremie en de risicopremie?
• Wat zullen de gevolgen zijn bij het uit elkaar gaan? Wie blijft in de woning? Hoe worden de gemeenschappelijke goederen verdeeld? Dient de ene partner een bijdrage te leveren aan de verhuis- en herinrichtingskosten van de andere?
• Zou in bepaalde omstandigheden gedurende een bepaalde tijd een alimentatieplicht moeten bestaan?
• Is het wellicht gewenst dat de partner (niet-ouder) na beëindiging van de relatie nog enige tijd alimentatie betaalt voor het kind van de ex-partner?
• Wat moet er gebeuren in geval van overlijden? Dient een testament te worden gemaakt ten gunste van de langstlevende partner? Moet onderscheid gemaakt worden tussen de situatie waarin afstammelingen aanwezig zijn en het geval waarin dat niet zo is?
• Moeten bij overlijden bepaalde goederen niet naar de partner, maar naar de familie van de overledene
• Op welke wijze dienen geschillen tussen partijen te worden beslist?

  Op de hoogte
     van de laatste
ontwikkelingen

wijts ten brink 4